| |
wiskunde
lagere school
Voor rekenen worden de boeken van "Zo gezegd, zo gerekend" gebruikt. Deze
sluiten het beste aan bij het ervaringsgericht onderwijs. In dat "levende"
of "realistische" rekenen gaat het om het oplossen en verkennen van problemen die
afkomstig zijn uit de werkelijkheid, de wereld van de kinderen, het alledaagse gebeuren
in en om de klas. Het oplossen van problemen vraagt om vaardigheden, kennis en houdingen,
maar ontwikkelt deze tegelijkertijd. Wat kinderen zich tijdens het rekenwerk eigen
maken, wordt weer toegepast bij oplossingen van soortgelijke problemen in de realiteit.
Je vindt meer informatie op www.woltersplantyn.be
Alle rekenboeken hebben 3 soorten oefeningen.
- Bolletjes = basis, verplicht voor iedereen.
- Vierkantjes = differentiatie: uitbreiding, herhaling.
- Driehoekjes = differentiatie: moeilijk, uitdagend.
Niet alle lessen worden gegeven. Soms zijn er extra oefenblaadjes uit bv.: Op
Nieuwe Basis, Eurobasis, …
Gemiddeld zijn er 5 wiskundelessen per week.
Er is steeds algemene instructie. Extra instructie waar nodig / tutors
(lln. helpen elkaar). We werken zoveel mogelijk met zelfcorrectie.
1ste leerjaar
 |
In het eerste leerjaar zijn er 5 werkboeken voorzien (1A, 1B, 1C en 2
delen van 1D).Het laatste deel is het herhalingsboek voor de eindtoetsen.
De eerste weken wordt nog leerstof van de kleuterklas herhaald, met name
het voorbereidend rekenen. Bv. de begrippen meer, minder, boven, onder,
één meer, één minder. Deze begrippen zijn immers zeer belangrijk bij het
echte rekenen, zoals cijfers splitsen, sommen tot 10,
Daarna wordt gestart met het volgens de kinderen "echte rekenen". In
een vrij snel tempo worden de cijfers t.e.m. 10 aangebracht. In het 1ste leerjaar
legt de klemtoon op het automatiseren van de "splitsingen". Bv. 7 kan ik
splitsen in 4 en ??. Een correcte verwoording en automatisering van de splitsingen
is erg belangrijk als voorbereiding van de 'brug over 10'.
Tegen de paasvakantie hebben we de getalstructuur van alle cijfers tot
20 geleerd. Een volgende stap is het rekenen tussen 10 en 20 met sommen
als 18 - 3 =... of 12 + 1 = ...
Na de paasvakantie maken we de "brug over 10". Bv. 8 + 7 wordt dan opgelost
door 8 + (2 + 5). Om 10 te kunnen maken moeten we bij 8 nog 2 bijdoen, dus
splitsen we 7 in 2 en 5. Dan is 8 + (2 + 5) gelijk aan (8 + 2) + 5 ofwel 10
+ 5 en dat is 15.
Sinds vorig schooljaar werken we als aanvulling met de methode 'Rekentrappers'.
Deze methode verwijst vaak naar de realiteit en gebruikt de lichaamsintrumenten
als hulpmiddel bij het rekenen. Zo worden de splitsingen en sommen tot 10
geoefend met de vingerbeelden.
Naast getallenkennis en getallen leren we bij meten en metend rekenen
ook wat één liter, één kilogram en één meter is. Kloklezen leren we tot
op het uur en halfuur (indien niet meer mogelijk wordt dit geleerd in het
tweede leerjaar).
Het rekenboek heeft telkens A, B en C oefeningen. A geeft de basisvaardigheid.
B zijn herhalingen. C is een uitdieping van de leerstof. Zo wordt differentiëren
mogelijk.
|
2de leerjaar
 |
Ook in het tweede leerjaar wordt de methode "Zo gezegd, zo gerekend"
gebruikt. Er zijn dit jaar 3 werkboeken (2A, 2B, 2C) en een tafelboekje.
In het tweede leerjaar wordt veel tijd (september en oktober) besteed
aan de herhaling van het 1ste leerjaar.
Tegen de herfstvakantie kunnen we de getallen tot 100 al lezen en we
kunnen die getallen al in tientallen en eenheden splitsen.
Vanaf november worden de sommen en de brug over 10 uitgebreid tot 100.
Dit gaat door tot het einde van het jaar, telkens wat moeilijker.
Tegelijk wordt het vermenigvuldigen aangepakt. Eerst gevoelsmatig,
met het bouwen van muren. Dan de tafels van vermenigvuldiging.
Eerst 1, 2, 10 en 5. Na de kerstvakantie 3 en 4 en tenslotte 6, 9,
8 en 7.
Tegen de paasvakantie moeten de tafels 2, 3, 4, 5, 6, 10 geautomatiseerd
zijn. Na Pasen wordt verwacht dat de kinderen dit nog 1 keer per week
blijven herhalen, om het tempo niet te laten zakken. De tafels 7,
8, 9 worden in het 3de leerjaar geautomatiseerd.
Ook de bewerkingen tot 100 met en zonder spring over et tiental worden
verondersteld gekend te zijn. De aangeleerde oplossingsstrategieën
moeten ook thuis op dezelfde manier worden verder gezet. Tot Pasen
nog helemaal uitgeschreven. Na Pasen wordt aandacht gegeven aan hoofdrekenen.
Tussen Pasen en het eind van het jaar wordt dus vooral herhaald en naar
de eindtoetsen gewerkt.
We leren ook meten en tellen met meter, centimeter, liter, kilogram,
euro en cent. Klok lezen op heel en half uur.
|
3de leerjaar
 |
Er zijn dit jaar 4 werkboeken (3A, 3B, 3C en 3D).
September en oktober bestaan uit een herhaling van het tweede leerjaar.
In het 3de leerjaar wordt aandacht gegeven aan het volledig automatiseren
van de tafels en hoofdrekenen tot 100. Het hele jaar moeten de tafels
blijven ingeoefend worden.
Daarna leren we ook cijferen tot 1000: sommen, delen en vermenigvuldigen,
eenvoudige breuken.
Kloklezen op 5 minuten, temperatuur lezen. Meten met km, m, dm,
cm en l, dl, cl.
|
4de leerjaar
 |
Er zijn dit jaar 4 werkboeken (4A, 4B, 4C en 4D). In het vierde
leerjaar wordt veel van de verworven kennis van het 3de herhaald en ingeoefend.
We rekenen nu tot 100 000 en gebruiken ook kommagetallen.
We leren ook wat meer over breuken, bv. breuken vereenvoudigen.
We berekenen de oppervlakte van een rechthoek en een driehoek.
We kunnen de met de tijd rekenen in seconden, maar ook in dagen, manden,
jaren.
Tussendoor blijven we de tafels oefenen.
|
5de leerjaar
 |
Er zijn dit jaar 4 werkboeken (5A, 5B, 5C en 5D), een bronnenboek, een
leerboek en een werkschriftje.
Zoals elk jaar beginnen we met herhaling van het vorige jaar .
Dan gaan we verder met hoofdrekenen, sommen, vermenigvuldigen en delen,
en moeilijkere breuken. We rekenen nu al tot 10 miljoen.
We kunnen nu ook inhoud meten, snelheid, afstand, oppervlakte van grillige
figuren.
Verder komen enkele nieuwe dingen aan bod: Romeinse cijfers, percentages,
verhoudingen, intresten, grafieken maken, interesten, gemeenschappelijk
delers, enzoverder.
In het 5de lj zijn er vaste afspraken wie bolletjes / bolletjes
en vierkantjes / bolletjes en driehoekjes maakt.
|
6de leerjaar
 |
Er zijn dit jaar 4 werkboeken (6A, 6B, 6C en 6D), een bronnenboek en
een leerboek.
In het zesde wordt de verworven leerstof verder verdiept en verfijnd:
gemiddeldes berekenen, prijsberekeningen, ongelijke verdelingen, de negenproef,
eigenschappen van getallen, schalmen van landkaarten enz.
We meten de oppervlakte en inhoud van cilinders, balken, cirkels, enz.
In het 6de lj zijn er vaste afspraken wie bolletjes / bolletjes
en vierkantjes / bolletjes en driehoekjes maakt.
|
|