project "Hé, ik wil ook op tv!"

leefgroep 2, november 2005

tekenfilm

Op dinsdag 8/11 kwam er iemand vertellen hoe hij een tekenfilm maakte.

We zijn er klaar voor!
De meneer van de tekenfilm heet Jan.
Een prentenboekje met allemaal bijna-dezelfde tekeningen
lijkt wel een tekenfilm als je ermee flapt.

Zo werkt een tekenfilm ook: het zijn allemaal prenten die
je snel achter elkaar ziet.

Zo snel dat je trage ogen (of eigenlijk hersenen)
denken dat het beweegt.

Voor een tekenflim zijn 24 tekeningen per seconde nodig.

Eeerst worden de tekeningen in het klad gemaakt,
met potlood.

De potloodtekeningen gaan 1 voor 1 boven elkaar op de
lichtbak.  Dan wordt getest of de beweging en de volgorde
van de tekeningen goed is.

De tekeningen zijn genummerd, zodat de volgorde van de
beelden goed is!

De potloodtekeningen worden dan 1 voor 1 gefotografeerd
en er wordt een klad-filmpje gemaakt.

Pas als dat goed is worden alle tekeningen met inkt
en in kleur gemaakt.

De tekeningen worden eerst met zwarte inkt overgetekend
op speciale doorzichtige vellen en dan aan de achterkant
ingekleurd.
Handschoenen zijn nodig omdat je anders elk vlekje op de
film ziet.  De duim en wijsvinger blijven vrij om het potlood
of de pen goed te kunnen vasthouden.
Het decor wordt op de lichtbak gelegd.  En dan 1 tekening.
Hiervan wordt 1 foto genomen, het 1ste beeld van de film.
En dan komt de volgende tekening op het decor, voor het
volgende beeld.
Maar de ijsjes stappen, dus de tekening moet iets verder
op het decor liggen.
Om dat goed af te meten zet men streepjes op het decor.
Elke beeldnummer is terug te vinden.
En zo gaat dat maar door.
Beeld per beeld wordt een foto genomen.
Zo ziet een echte film eruit.  Je ziet alle foto's in het klein
achter elkaar.

Die film zit op een filmspoel.
En toen kwam het filmpje op tv.
10 seconden film = 240 tekeningen